Zomervakantie

 “Vakantie” twitterde Ivo op
donderdag 23 mei kort nadat hij zijn laatste VMBO-examen
  had gemaakt. Hij was er vrij zeker van dat
hij geslaagd was en, okee, hij moest nog een keer naar school om zijn boeken in
te leveren en natuurlijk ook om zijn diploma op te halen, maar de MBO-opleiding
van zijn keuze zou pas op maandag 26 augustus beginnen. Ruim drie maanden
zomervakantie. Drie maanden!

Denk je eens in, 16 jaar en
drie maanden niks doen. Met de huidige jeugdwerkloosheid liggen ook de
vakantiebaantjes niet voor het oprapen en met je vrienden een weekje naar
Lloret de Mar of Renesse is leuk, maar thuis wacht weer die lange
zomervakantie. Een periode van uitslapen, rondhangen en eindeloos relaxen breekt
aan.

Het is vreemd dat naarmate
kinderen ouder worden hun zomervakanties steeds langer worden. Op de
basisschool krijgen ze zes weken en, in het voortgezet onderwijs zelfs zeven.
Op papier dan, want op veel scholen is de laatste toetsweek vaak al twee weken
voor het officiële begin van de vakantie. Afhankelijk van de regionale
vakantiespreiding heeft een leerling die VMBO-examen doet zelfs iets meer of
iets minder dan drie maanden vakantie. Drie maanden lang is de leerling dus
niet in beeld als leerling. Niet bij het VMBO en ook niet bij het MBO.

In die drie maanden kan er
een hoop gebeuren. Het merendeel van de leerlingen slaagt voor het examen en
vervolgt na die lange zomervakantie zijn schoolcarrière op de HAVO of in het
MBO. Maar er zijn ook leerlingen die in de zomervakantie 18 worden en die geen
zin meer hebben in school, er zijn leerlingen waarvan in de zomervakantie hun
vader of moeder overlijdt, leerlingen die een ongeluk krijgen, leerlingen die
op het laatste moment toch besluiten een andere studierichting te kiezen,
leerlingen die het opeens allemaal niet zien zitten, leerlingen die zich op
drie verschillende ROC’s hebben ingeschreven en ook leerlingen die zich ondanks
de inspanningen van hun mentor en decaan nog in het geheel niet hebben aangemeld
voor een vervolgopleiding.

Die lange zomervakantie
levert dus altijd een aantal voortijdig schoolverlaters op en op het Ministerie
noemt men dit verschijnsel het Zomerlek.

In de regio ’s-Hertogenbosch
proberen we dit zomerlek te dichten met het programma VSV-manager. Het is een eenvoudig systeem dat de professionals
van het VMBO en het MBO bij elkaar heeft gebracht. De decanen van 12 VMBO’s
voeren allemaal de zelfde administratie. Ze wijzen sommige leerlingen aan als risicoleerling en er zijn twee brugwachters die samen met leerplicht
meekijken en actie ondernemen als dat nodig is.

Het zomerlek zal nooit
helemaal gedicht worden en het is ook nooit helemaal te voorkomen dat
leerlingen een verkeerde studiekeuze maken. Uitvallers op het MBO zullen er
altijd blijven en daarvoor hebben we op het Koning Willem I College gelukkig de
Succesklas.

Natuurlijk heeft iedere regio
zijn eigen systeem of project en dat is prima. Waar het bij de overstap
VMBO-MBO uiteindelijk om draait is een regionale betrokkenheid en een gemeenschappelijke
verantwoordelijkheid.

Ik wens iedereen een fijne
zomervakantie!



Mijn column “zomervakantie” verscheen op de website www.aanvalopschooluitval.nl van het Ministerie van OC en W.

Het kantoor

Mijn vader had vijf jaar als schoolmeester in de Haagse Moerwijk gewerkt toen hij in 1962 een baan als hoofd ener lagere school, aanvaardde. Hij was pas 26 maar toch al bovenmeester zoals ze in het dorp zeiden. Bij de functie hoorde ook een mooie woning die hij huurde van de kerk en in dit huis bracht ik mijn jeugd door. Op de begane grond bevond zich behalve de woonkamer en de keuken ook een aparte kamer voor mijn vader. Wij noemden deze ruimte statig “het kantoor” en ik was er iedere dag wel even. Onze telefoon stond er, zo’n bakelieten met draaischijf, maar ik kwam er ook om naar de boeken van mijn vader te kijken, of om stiekem een dropje te gappen uit het bovenste bureaulaatje.

Mijn vader werkte eigenlijk altijd. Overdag maakte hij lange dagen op school en ’s-avonds, als hij geen vergadering of ouderavond had, werkte hij thuis in zijn kantoor of gewoon in de woonkamer waar hij eens per maand met zijn adjunct handmatig de salarisadministratie deed en zelf de loonstrookjes schreef. Van een scheiding tussen werk en privé had hij geen weet in die tijd en dus kwamen ieder voorjaar alle ouders van alle zesdeklassers bij hem op kantoor. Mijn vader was geen schoolmeester met een rode pen maar vooral een stimulator en motivator. Die oudergesprekken vond hij broodnodig. Hij deed er alles aan om te zorgen dat “zijn” leerlingen doorleerden en als een meisje de capaciteiten had voor de Havo of zelfs het Atheneum maar de ouders vonden de huishoudschool in het dorp goed genoeg dan volgde er een stevig gesprek. Die gesprekken konden nog wel eens uitlopen en bij gebrek aan een wachtkamer moesten de volgende ouders dan plaatsnemen in de woonkamer waar mijn zus koffie inschonk en ik het gesprek op gang hield. Als puber vind je zoiets natuurlijk vreselijk en op een avond tijdens de maaltijd vertelde ik mijn vader dat het maar eens afgelopen moest zijn met die oudergesprekken. Mijn vader ging door met de gesprekken al voerde hij ze niet langer thuis maar op school en hij deed dat tot zijn pensioen in 1997. In de flat waar hij na zijn pensioen met mijn moeder ging wonen had hij grenzend aan de woonkamer toch weer zijn eigen kantoortje en een schoolmeester is hij altijd gebleven. 


Mijn vader overleed plotseling op 15 mei. Hij is 77 jaar geworden.


Oud-leerlingen

Mijn vader was ruim 35 jaar directeur van een basisschool in een klein dorp en bijna altijd als ik als kind met hem door het dorp liep en we iemand tegen kwamen waar hij een praatje mee maakte wist ik wat hij ging zeggen als we weer verder liepen. “Dat is een oud-leerling van mij”.  Oud-leerlingen. Ieder jaar dat je in het onderwijs werkt krijg je er meer oud-leerlingen bij en het hebben van oud-leerlingen is één van de geneugten van werken in het onderwijs.

De afgelopen maanden heb ik weer met veel plezier als docent in de Succesklas mogen werken. De Succesklas is een klas voor uitvallers op het Koning Willem I College (mbo). Bijna wekelijks starten er drie leerlingen die in zes tot acht weken de kans krijgen eens heel goed naar zichzelf te kijken alvorens ze een nieuwe opleiding kiezen.

Omdat er wekelijks nieuwe leerlingen instromen heb ik in korte tijd alweer heel wat leerlingen in de klas mogen verwelkomen. En omdat een leerling niet lang in de Succesklas blijft heb ik ook alweer van de nodige leerlingen afscheid genomen. Daardoor heb ik er dus ook weer een aantal oud-leerlingen bijgekregen.

Ik woon, werk en leef in Den Bosch en loop of fiets regelmatig door de stad. Ik doe hier mijn boodschappen, bezoek het theater, ga soms uit eten en vier ook carnaval.

Naar schatting heb ik er in 10 jaar Koning Willem I College zeker 1200 oud-leerlingen bij gekregen.
Bijna iedere dag kom ik er wel eentje tegen en als ik dan met een van mijn drie zoons ben betrap ik me zelf altijd op dat ene zinnetje van mijn vader: “Dat is een oud-leerling van mij”.

In de missie van ons college staat het zo mooi. “Het succes van de leerling is de reden van ons bestaan” en als docent kan ik zeggen dat het ook echt zo is. Natuurlijk is niet iedereen even succesvol, maar succesjes, groot en klein, mogen gevierd worden en een ontmoeting met een oud-leerling geeft me bijna altijd een trots gevoel.

Ik ben trots op Geert die nu als elektromonteur werkt, trots op Sanne die nu een HBO-opleiding volgt, trots op Dennie die een eigen bedrijf heeft en trots op Ineida die inmiddels moeder is geworden. Trots ben ik ook op mijn oud-leerlingen Kobus en Martijn. Beiden werken nu op het Koning Willem I College en zij zijn dus nu mijn collega’s. Ik wens hen, maar ook mezelf, nog veel oud-leerlingen toe.

Deze column is opnieuw geredigeerd door Ankie van Hezewijk in het voorjaar van 2019. Met mijn oud-leerlingen Dennie, Sanne en Ineida heb ik geen contact meer. Mijn oud-leerlingen Kobus en Martijn spreek ik nog regelmatig. Oud leerling Geert overleed op 11 september 2014. Moge hij rusten in vrede.