Openingsvraag

Als ik binnenkom zie ik haar zitten. Ik ben wat aan de late kant en er zit iemand naast haar, een vrouw van de gemeente waar ze woont. De vrouw heet Sara. Ze is gekomen om te praten over haar taalprobleem.

Ik treuzel nog wat en loop nog even de koffieruimte in. Ik wil nog even nadenken over mijn openingsvraag. “Dag mevrouw, ik ben Reinoud. Vindt u het goed dat zij er bij is?” Ik wijs op de vrouw die naast haar zit. Haar geef ik ook een hand. Sara kijkt verschrikt op. Die vraag had ze niet verwacht en ik ook niet toen ik vanmorgen op de fiets zat. Ze kijkt naar mij en naar rechts en aarzelt nog even. Ze komt uit een ver land waar ik nog nooit bent geweest. Ze woont hier al heel wat jaartjes. Haar man was een tijdje ziek en daar had ze zorgen om. Haar dochter studeert denk ik op een HBO. Daar kom ik niet helemaal achter, maar ik voel wel dat ze erg trots is op haar.

Ik vertel haar dat we in Nederland privacy kennen en dat het niet gebruikelijk is om over je problemen te praten met iemand die jij er niet bij wilt hebben. Gelukkig stemt ze toe, want de mevrouw van de gemeente wil ook alleen maar helpen.

Een vreemde taal leren is een moeizaam proces en eindigt niet als je bent ingeburgerd. Mevrouw werkt al een aantal uren per week in een restaurant. Ik begrijp dat ze het daar naar haar zin heeft, maar ik weet niet zeker of ze een sociaal wenselijk antwoord geeft. Want zowel haar baas als zij zelf durven haar niet los te laten in de bediening. Ik snap dat wel, ik weet zelf ook niet of het verstandig is. Daarom wil ze onze taal beter leren. Dat zal moeilijk zijn, maar niks is onmogelijk.

 

Geheugenkaart


Mijn hoofd is een geheugenkaart. Er staan heel veel
herinneringen op. Ik had een gelukkige jeugd en ben geen zielige jongen. Maar
net als ieder mens heb ook ik mooie en minder mooie herinneringen.

Mijn geheugenkaart staat dus vol verhaaltjes. Meestal zijn
ze echt gebeurd, soms ook niet. Want vaak maak ik verhalen mooier in mijn hoofd
en help ik dus de werkelijkheid een handje.

Soms zitten er gaten in mijn geheugenkaart. Meestal zijn dat
kleine gaatjes en hebben ze te maken met mijn kortetermijngeheugen. Ik ben
regelmatig mijn sleutels kwijt.

Er zat ook een groot gat in mijn geheugenkaart. Het gat was dertig jaar oud. Samen met drie lieve mensen is dat gat vrijdagavond gedicht.


Het is fijn dat de losse eindjes weer aan elkaar geknoopt zijn. Jullie hebben mij heel erg geholpen.
Bedankt daarvoor!

CRZ



“Mijn droom is mijn eigen
bedrijf en ik weet ook al hoe dat bedrijf heet” zei Essam in mei 2017. Ik vroeg
hem die naam op het bord in mijn kamertje te schrijven. Omdat ik hem per ongeluk een permanent
Marker gaf, staan de drie letters CRZ er nu nog.

Essam is geboren in Syrië en
zat enige tijd in de Inburgering op het Koning Willem I College. Hij wilde zich
ontwikkelen en het liefst zo snel mogelijk, dus had hij zijn zinnen gezet op de
pre-bachelor van Fontys. Dit is een schakeljaar speciaal voor vluchtelingen. Hiermee bereid je jezelf goed voor op
een HBO-opleiding in Nederland.

In
het schakeljaar wordt ook aandacht besteed aan persoonsvorming en loopbaan
oriëntatie.

Wie
ben ik, wat wil ik en wat kan ik.

Niet
iedereen gaat na dat schakeljaar ook echt naar het HBO en dat is ook niet erg, want
ieder mens gaat zijn eigen weg en ontwikkeling gaat stap voor stap. En wat is er mis
met het MBO?
Essam
kwam terug op het Koning Willem I College waar hij zijn weg in het leven
vervolgde bij International Business Studies.

Vorige
week kreeg ik een appje van Essam.

“Mijn
mentor zei dat hij van Raymon over CRZ heeft gehoord en toen dacht ik meteen
dat hij met jou had gesproken.’’

Essam
werd geconfronteerd met de drie letters die hij zelf op het bord had geschreven
en zo motiveerde hij zichzelf door gewoon door te gaan met zijn studie.

Vorige
week gebeurde er iets moois bij International Business Studies.  Een student kon niet mee op een studiereis
naar London maar zei. “Laat Essam maar gaan in mijn plaats”.
In
allerijl werden er reisdocumenten bij IND geregeld, want Essam is ook nog
steeds formeel aan het inburgeren en heeft een tijdelijke status.
Maar
deze week is Essam op studiereis naar Londen en hij geniet met volle teugen.
En
dat bedrijf zal er ook wel komen. Essam heeft een doel voor ogen.



Ben je benieuwd wat CRZ betekent? Vraag het Essam. Gesproken taal leer je vooral door veel te praten.


Wegwijzer

Op de visitekaartjes die ik sinds 1989 verzamel staan veel verschillende namen en rollen. Soms in het Engels, soms in het Nederlands, soms in hele volzinnen en soms met onbegrijpelijke afkortingen.

“Zet maar programmamanager op je kaartje, dat staat veel hipper dan projectleider”. Monaïm Benrida van het Ministerie van OCW gaf me dat advies in 2013. We moesten even aan elkaar wennen, maar later werden we vrienden. Ik vond het een goed advies, want een project heeft een begin en een einde en een programma is nooit klaar. Toch paste het mij niet helemaal. Ook in die rol was ik zoekende en soms redelijk grenzeloos. Daarna vervulde ik weer een aantal verschillende rollen, niet allemaal even succesvol, maar vaak ook wel.

Tegenwoordig ben ik wegwijzer. Dat zit zo. Begin dit schooljaar hoorde ik een verhaal van Giel Pastoor. In de aankondiging van zijn presentatie las ik dat hij beweegstrateeg was en ik had er zin in. Op het podium bleek het een heel gewone man te zijn. Hij maakte een geweldige indruk op me, niet in de laatste plaats omdat hij zich kwetsbaar opstelde. Voor een volle zaal vertelde hij dat zijn zoon was overleden en dat hij daar verdriet over heeft. Iedereen was stil. Pastoor werkt voor het Parktheater in Eindhoven en vertelde dat hij eigenlijk directeur is. Maar wat hij wil is verwarring veroorzaken. De titel directeur schept afstand en geen verwarring en zo bedacht hij ‘beweegstrateeg’.

Weer later hoorde ik een voordracht van stadschroniqueur Eric Alink. Hij vertelde over het belang van werk voor de waardigheid van mensen in onze samenleving. Ieder mens heeft een taak in het leven, hoe groot of klein die taak ook is.

Toen wist ik wat mijn taak was: wegwijzer. Ik was dat eigenlijk altijd al, alleen wist ik het zelf nog niet. De titel schept geen verwarring, maar duidelijkheid. Ik heb ook behoefte aan duidelijkheid. Een wegwijzer past niet binnen de muren van een organisatie of een functiehuis. In managementtaal ben je dan outreachend. Je kunt ook zeggen dat ik graag mijn nek uitsteek. Met versleten nekwervels is dat soms lastig, maar ik doe het wel. Als wegwijzer heb ik gelukkig wel geleerd mijn eigen grenzen te bewaken. Want ik wijs een weg, niet dé weg. Iedereen moet zelf maar weten of hij of zij die weg volgt. Soms willen mensen aan de hand genomen worden, ik doe dat zeker, maar ik laat mensen ook weer los. Ook is er een grens aan mijn verantwoordelijkheid. Als er te veel op mijn schouders rust ga ik krom lopen en dat is niet handig voor een wegwijzer. Een wegwijzer moet immers om zich heen kunnen kijken. Een wegwijzer staat recht met zijn neus in de wind.