Déjà vu

Een déjà vu is een verschijnsel uit de psychologie; het betreft de ervaring iets mee te maken waarvan men tegelijkertijd de indruk heeft het al eerder te hebben meegemaakt.
Déjà vu is ook de naam van een album van Crosby, Stills, Nash & Young. Het verscheen in 1970 en bevat prachtige nummers als Teach your Children, Helpless en Our House.
De kerstdagen met ons gezin kende veel fijne momenten met goede gesprekken en leuke herinneringen. Op tweede kerstdag herinnerde een zoon ons aan een weekje in de Ardennen een aantal jaren geleden. “Dat was toch echt leuk”. Ik dacht toen aan een collega die zonder erbij na te denken, zijn auto voor een week uitleende, want zelf had hij hem toch niet nodig. In het handschoenenkastje lag de CD Déjà vu en die draaiden we toen dagelijks.
Op derde kerstdag was er een wandeling en een goed gesprek met een andere zoon. Daarna dronken we wat samen en luisterden we, op zijn verzoek, naar Déjà vu.

Ik voelde me gelukkig.

Kleine jongen

In mijn gesprekken met nieuwkomers stel ik veel vragen. Ik vraag soms naar de bekende weg, maar mijn vragen zijn functioneel. Ik stel vragen om mensen verder te helpen. Zelf word ik ook verder geholpen, want nieuwkomers stellen ook vragen aan mij.

Er is een vraag die steeds terugkeert en dat is: “Meneer, ik wil uw advies?” Ik probeer mijn antwoord altijd kort en kernachtig te formuleren en het komt altijd op hetzelfde neer.

“Ik kan jou geen advies geven. Dat kun je alleen zelf doen. Ik kan je wel de weg wijzen.” Want tijdens ons leven kom je soms op een kruispunt en dan moet je kiezen welke kant je op gaat. En kiezen moet je zelf doen.

Daar zit bij veel mensen juist de moeilijkheid. Veel mensen die ik spreek hebben nooit geleerd dat ze ook zelf keuzes mogen maken. Ik help ze daar dan bij en dat is wat ik doe. Niet meer en niet minder.

“Zullen we samen naar een liedje luisteren?” Ik antwoordde: “Ja, een goed idee.” De vraag was niet van mij, maar van Kaniwar, een vriendelijke jongeman wiens wieg stond in Aleppo. Hij luisterde naar André Hazes om Nederlands te leren. We zaten samen aan de ronde tafel in mijn kamer en hij startte de videoclip van Kleine jongen. Ik was geëmotioneerd want ik dacht aan mijn vader en we hadden vervolgens een mooi gesprek. We spraken samen iedere zin zorgvuldig door en vertelden elkaar wat we dachten. Ik leerde die dag dat muziek heel functioneel kan zijn in mijn werk. Door muziek kom je bij je emoties en zo maak je vaak de weg vrij om verder te gaan richting de toekomst.

In mijn gesprekken heb ik sindsdien regelmatig muziek ingezet, niet altijd hoor, maar alleen als ik dacht dat het nodig was. Ook “Kleine jongen” kwam dit jaar een paar keer voorbij.

Net kreeg ik per WhatsApp een kerstwens van Waleed, een jongen geboren in Daraa, ten zuiden van Damascus. Als antwoord stuurde ik de link van “Kleine jongen” terug.

“Echt een mooi liedje meneer, ik begrijp precies wat er gezegd wordt.”

Deze woorden maakten mij blij.

Kaniwar en Waleed bedankt!

Kaniwar en Waleed wonen in de gemeente ’s-Hertogenbosch en
studeren op het Koning Willem I College. Kaniwar werkt in een garage en wil een goede automonteur worden, maar dat is hij volgens mij al. Waleed wil later architect worden en voetbalt bij FC Engelen. Ik heb geen verstand van voetbal, maar ik denk dat hij goed is. Ik weet ook wat voor werk ik wil doen. Ik wil met mensen werken en dat doe ik dus ook. Al die mensen voor wie en met wie ik werk wil ik een fijne kerstvakantie toewensen. We zien elkaar in 2019.

 

 

 

Brandweerman


In de sportschool vroeg iemand mij wat ik eigenlijk voor
werk deed. Het was voor het eerst sinds
ik de sportschool bezoek dat ik deze vraag kreeg.

De vraag bracht me uit mijn evenwicht, want in de
sportschool wil ik eigenlijk niet over mijn werk praten. En wat deed ik
eigenlijk voor werk? Ik gaf natuurlijk gewoon netjes antwoord en lulde er een
beetje omheen. Toen moest ik aan mijn vader denken.

Mijn vader was onderwijzer en directeur van een basisschool.
Daarnaast had hij ook nog allerhande bestuursfuncties. Hij werkte veel en hard
en was altijd met andere mensen bezig. Aan het begin van
iedere zomervakantie was hij zo gestrest dat het een paar dagen
duurde voor hij weer op aarde en in ons gezin was geland. In die dagen hadden wij ook meestal
onze conflicten die dan bijvoorbeeld gingen over het opzetten van de tent. Hij
wilde de dingen op zijn manier doen en ik ook en dat botste soms. Eigenlijk een
heel gewoon vader-zoon-dingetje.

Maar in de loop van de vakantie daalde de rust neder en werd
alles weer relaxed. Mijn vader maakte ook graag praatjes met iedereen die hij
tegenkwam. Ik liep een keer met hem op de camping en toen vroeg iemand wat voor
werk hij eigenlijk deed.

Met een uitgestreken gezicht vertelde mijn vader gewoon dat
hij brandweerman was. Ik moest moeite doen om niet in de lach te schieten, maar
wat was ik trots op mijn vader die gewoon heel serieus de grootst mogelijke
onzin aan het verkopen was.

Ik heb hem regelmatig met de BBQ in de weer gezien en ik betwijfel
of hij een goede brandweerman zou zijn. Maar wat kon die man makkelijk
ouwehoeren en goed met mensen omgaan. Ik ben blij dat ik dat van hem geleerd
heb.

Wandelgangen

Niet uitgesproken tekst bij het afscheid van Jeanette Noordijk als Voorzitter College van Bestuur op 13 december 2018.


Het Koning Willem I College is een grote school en een grote
school heeft veel wandelgangen. In die wandelgangen wordt geluld en als mensen
lullen, dan lullen ze meestal niet over zichzelf maar over anderen.

Zij die betalen om in onze wandelgangen te mogen lopen lullen dus
over hun vriendjes, vriendinnetjes, klasgenoten, hun  collega’s op het werk, hun ouders en hun
docenten.

Zij die betaald krijgen om in onze wandelgangen te mogen lopen
lullen ook over hun vrienden, vriendinnen, collega’s, hun ouders, hun kinderen
en hun studenten.

Maar waar mensen het meest over lullen – wetenschappelijk onderzoek
heeft dat uitgewezen – is over de baas. Veel mensen hebben behoefte aan een
baas, al is het maar om tegenop te kijken, bevestiging uit te halen of gewoon om
over te lullen.

Jeanette was de afgelopen jaren de baas van onze school, er lopen
op onze school veel baasjes rond. (Ik ben er zelf een van!) Maar  Jeanette is onze eindbaas!

Ikzelf hou niet van wandelgangen. Ik zeg de dingen liever zoals ze
zijn, open en transparant en daarom sta ik hier ook.

Jeanette is hier een aantal jaren geweest en nam het roer over van
een man waarvan in de wandelgangen soms werd gezegd dat hij in een ivoren
toren zat. Ook werd hij een hemelbestormer genoemd. Als opvolger word je in de
wandelgangen dan al snel niemand die op de winkel heeft gepast.

Maar Jeanette, je hebt veel meer gedaan dan op de winkel gepast.

Je vertelde ooit het prachtige verhaal over wortels en vleugels.
Het ging daar bij om de ontwikkeling en opvoeding van jonge mensen. Maar
organisaties hebben ook wortels en vleugels nodig. Vleugels had onze school al
en jij hebt onze school verder geworteld, want daar was behoefte aan.
Je hebt stevig ingezet op teamontwikkeling, er is een prachtige nieuwe
huisstijl, we hebben een gastvrijheidsconcept, onderlinge relaties zijn
verstevigd, zo ook de relaties met onze omgeving. In jaarverslagen wordt open
en transparant geschreven over alles wat goed gaat en ook alles wat minder goed
gaat. Want ontwikkeling gaat met vallen en opstaan. Soms gaan dingen niet goed.

Je hebt ook oog gehad voor de relatie met je voorganger en zijn
familie (hier ook aanwezig) en met je opvolger. Met respect naar je voorganger
heb je jouw functie gemaakt tot wat-ie nu is. Voorzitter College van Bestuur en
dat is iets anders dan Eindbaas.


En onze school is meer dan je opvolger, onze school bestaat uit heel veel
medewerkers en nog meer studenten. We doen het samen en we leren van elkaar.
Het is nu aan ons samen om verder te reizen door de kosmos. Soms samen en soms alleen. Ook in de ruimte vindt ontwikkeling soms plaats los van het moederschip.

Ik zou graag willen afsluiten met een gedichtje van Hein Stufkens
(je kent het). Van mij mag het een plaats krijgen in onze wandelgangen.

Ik was te Cadzand aan het strand
getuige van een misverstand,
toen ik twee golven hoorde spreken
precies voordat ze zouden breken.
De ene riep: ‘Het is gedaan,
wij zullen hier te pletter slaan!’
De ander zei beslist: ‘Welnee,
je bent geen golf, je bent de zee.’

Jeanette bedankt!

 

Bewaar ik voldoende professionele afstand?

Ik begeleid jonge mensen en ik probeer dat zo betrokken
mogelijk te doen.

In mijn begeleiding maak ik veelvuldig gebruik van WhatsApp.
Ik werk namelijk met jonge mensen die nog maar kort in Nederland zijn, de
meesten zijn asielmigrant en WhatsApp is gewoon een heel functioneel
communicatiemiddel. Omdat de applicatie ook op mijn computer staat en  bijna alle mensen die ik begeleid een
smartphone hebben, kan ik heel makkelijk informatie delen. Zo zie ik ook mijn rol;
ik ben een wegwijzer in de Nederlandse samenleving.

Ik deel bijvoorbeeld via WhatsApp een pagina van een
school of van de overheid, vervolgens maak ik een nieuwe afspraak waarin we
over de betreffende pagina kunnen praten. Zo zet ik de jongeren zelf aan het
werk, want ze kunnen de informatie zelf lezen en tot zich nemen. Vaak gebeurt
dat ook en hebben we tijdens de volgende afspraak een gesprek hierover. Soms
gebeurt het niet en gebruik ik het volgende gesprek om hen de informatie hardop
te laten voorlezen.

Door WhatsApp te gebruiken werken zij aan hun
taalbeheersing en bijkomend voordeel is dat het voor mij weer snel duidelijk is
waar onze afspraak ook alweer over ging, want soms ben ik vergeetachtig en ik
spreek veel mensen.

Onlangs sprak een vriend mij hier op aan. “Bewaar je wel
voldoende professionele afstand?” De vraag bracht mij aan het twijfelen, want in
mijn telefoon zitten meer dan 1000 contactpersonen.

Soms hebben collega’s twee telefoons, eentje voor het werk
en eentje voor privé. Dat heb ik ook een tijdje gehad, maar daar werd ik echt
helemaal gek van. “Maar word je dan niet overspoeld door appjes van je werk?”
Mijn antwoord daarop was nee. Als ik aan mensen mijn nummer geef zeg ik er
altijd bij dat de telefoon van school is. Ik zeg niet dat de telefoon ook mee
naar huis gaat, maar dat doet-ie wel. De telefoon ligt in de woonkamer op de
vensterbank aan de oplader en gaat niet mee de slaapkamer in. Soms krijg ik ’s-Avonds wel eens een berichtje
en die beantwoord ik dan de volgende morgen.

Ik ben natuurlijk geen therapeut, maar een begeleider van
jonge mensen voor wie bijna alles in onze samenleving nieuw is en die, hoe je
het ook wendt of keert, een taalachterstand hebben. Deze mensen verdienen dat
er iemand achter ze staat. Ik kan die rol vervullen en WhatsApp helpt me
daarbij.

Heel soms krijg ik ’s-Avonds of in het weekend een appje
zoals laatst van de jongen wiens mentor mij had verteld dat succeservaringen
erg belangrijk voor hem zijn.

“Meneer we hebben vandaag 5-2 gewonnen ik heb 2 doelpunten gescoord”.

Als ik zo’n een appje krijg hoef ik niet na te denken of ik
met mijn antwoord wacht tot maandagmorgen.

“Goed zo jongen” appte ik terug.