Rustdag



Dinsdag 21 juli 2015. Het was een rustdag in de Tour de France. De renners likten hun wonden na twee weken op de fiets. Er waren persconferenties, extra lange massages, een enkeling liet zijn vrouw overkomen en natuurlijk werden de spieren losgetrapt tijdens een ontspannen trainingsritje. Op zo’n rustdag is het toch primair de bedoeling om energie op te doen voor het vervolg van de Tour al klaagt ook menig renner omdat je door zo’n rustdag ook uit je ritme en dagelijkse routine wordt gehaald.


Een rustdag.

Die 21e juli was voor mij ook een rustdag. Een niet geplande rustdag weliswaar, maar toch een rustdag. Een dag waarop ik energie op zou kunnen doen, maar ook een dag waarmee ik uit mijn ritme werd gehaald.

De 19e waren Ankie en ik op de nachttrein naar Basel gestapt, waar de 20e onze fietsvakantie begon. Na 70 kilometer fietsen langs de Rijn, een kort middagdutje en een Weissenbier op het terras vlogen we die avond echter alweer terug. Er was gebeld; mijn schoonmoeder was stervende en het was toch maar beter om naar huis te komen. 

Vervolgens liep ik tegen mijn onbedwingbare behoefte aan om altijd alles zelf te willen regelen. Pas nadat ik allerlei scenario’s had doorlopen en uitgedacht kwam het in me op dat ik ook gewoon de reisverzekering kon bellen. “Wij kunnen ook helpen hoor” zei de mevrouw van de verzekeringsmaatschappij en nog geen uur later zaten we in een taxi op weg naar de luchthaven van Zurich.

Nu was het dus de 21e en was ik weer thuis. Ankie en haar broers en zussen waakten bij hun stervende moeder en keken om naar hun oude en breekbare vader. Ik zag van een afstandje dat ze het goed deden samen en voortgedreven werden door een hoeveelheid adrenaline. Ik herkende dat maar al te goed, bij de plotselinge dood van mijn vader in 2013 had ik ook zoveel energie en levenskracht gevoeld.

Nu voelde ik dat niet. Ik keek tevreden terug op het afgelopen schooljaar, maar voelde me ook vermoeid. Ik had natuurlijk hard gewerkt en de laatste schooldag was naadloos overgegaan in de eerste vakantiedag.

In de westerse cultuur is een rustdag een dag in de week waarop niet wordt gewerkt. De andere dagen heten werkdagen zegt het woordenboek. Maar in deze tijd van tablets, smartphones, wifi en thuiswerken vind ik het vaak moeilijk werk en privé te scheiden en als je dan ook nog eens politiek als hobby hebt zijn er door het jaar heen eigenlijk weinig echte rustdagen.

Opeens had ik een rustdag. Een dag waarop ik eigenlijk behoefte had om met het verstand op nul ‘s-middags op de bank met een biertje naar wielrenners in Frankrijk te kijken, maar die reden uitgerekend vandaag dus juist niet.

Toch werd het een fijne rustdag. In de middag zat ik lekker op het balkon met mijn nicht Tilly en praatten we over de dood en over het leven. Ankie had nog voldoende energie om die avond een lekkere salade te bereiden en ik maakte daarna nog een korte wandeling met mijn zwager Hans.

De rustdag werd afgesloten met een goed glas wijn met Sander, Monique en Ankie aan het bed van Joop van Hezewijk die rustig lag te slapen.

Een rustdag was waar ik behoefte aan had en een rustdag was wat ik kreeg. Een dag waarop ik terug- maar ook vooruit kon kijken. Een dag ook die me tevreden en gelukkig stemde over het leven dat we samen hebben.

Een dag later werd er in Frankrijk gewoon weer gefietst. De nummer 3 van het klassement Tejay van Garderen stapte af maar de Tour wacht op niemand en die avond kreeg Chris Froome weer een nieuwe gele trui.

Joop van Hezewijk kreeg daar niks meer van mee, maar met alle familie aan haar bed ademde zij nog een paar dagen rustig door. Joop overleed vredig op 25 juli. 


Voor haar is nu iedere dag een rustdag. 





Ankie maakte het schilderij “Droom” in het laatste levensjaar van haar moeder. Voor het schilderij werd ze geïnspireerd door de volgende dichtregels van Toon Hermans:



Ik droom dat er wat groen zou zijn

waar ik mij neer kan leggen
waar ik luisterend naar de zomerwind
iets van een diepe stilte vind
waar ‘k niks meer hoef te zeggen


Zie ook: www.ankievanhezewijk.com










Please follow and like us:
error

Duikpak

Duiken is een sport die aan elkaar hangt van allerlei
procedures, afspraken en controlemomenten. Duiken doe je altijd met een buddy
en met die buddy voer je ook een buddycheck uit. De duiksport kent ook een
kwalificatiestructuur waarbij je allerlei brevetten kunt halen en als je
in opleiding bent voor zo’n brevet dan horen daar een aantal buitenduiken bij
en die doe je met een buddy én een instructeur.
Mijn jongste zoon, 16 jaar is hij, deed vandaag zo’n
buitenduik als ultieme afronding van zijn eerste brevet en ik was erbij. De
duikclub had een mooie steiger uitgezocht op een half uurtje rijden van onze
woonplaats en toen we daar aankwamen bleek mijn zoon zijn duikpak vergeten te
zijn. Dat hing nog thuis aan de kapstok. “Potverdomme” was mijn eerste
gedachte en ik zei het ook. “Ja, jij luistert ook nooit” zei mijn zoon en
ook daar kon ik hem geen ongelijk in geven. Ik weet van mezelf dat ik goed kan
luisteren, maar ik weet ook van mezelf dat mijn gedachten, zeker als ik het
druk heb met werkbeslommeringen, soms af kunnen dwalen naar van alles en nog
wat en als dat het geval is dan luister ik vaak maar half. Ik had hem wel iets
horen zeggen en of ik dat in de auto wilde leggen en ik had duikspullen
verstaan. De tas met spullen stond onder de trap en ik zei dat hij die zelf
maar moest dragen. Hij gooide de tas in de auto en was in de veronderstelling
dat ik het duikpak al in de auto had gelegd.
Daar stonden we dus, een half uur van huis, zonder dat
duikpak en tot overmaat van ramp ook nog zonder duikschoenen want mijn zoon is
een kind van gescheiden ouders en de duikschoenen had hij van de week nog
schoongemaakt en “die staan nu nog bij mam”.
Bij de steiger was gelukkig een winkeltje en daar kon ik een
duikpak huren met schoentjes erbij. “Doe maar een tientje” zei de man en in
mijn portemonnee zaten nog precies twee briefjes van vijf. Mijn zoon stamelde
nog “dat betaal ik wel van mijn eigen geld”, maar kon gelukkig nu wel zijn
buitenduik gaan maken.
Ik nam plaats op een bankje en keek van een afstandje naar alle
jonge duikers en de onvermoeibare vrijwilligers van de club die met liefde voor
de sport en de jongeren hun werk deden. Een pittige klus, zeker omdat er ook
nogal wat ouders rond krioelden.
Toen moest ik denken aan de lezing die ik twee weken geleden bijwoonde
van de Groningse filosoof Ronald Hünneman. Hij vertelde iets wat ik wel wist,
maar wat ik toch ook vaak weer vergeet. Hij vertelde dat hersenen groeien van
achteren naar voren en dat de groei van de zogenaamde frontale kwab pas na de
puberteit is voltooid en dat is iets waar ouders, docenten en eigenlijk alle
begeleiders van jonge mensen rekening mee moeten houden. Zij moeten eigenlijk
de frontale kwab van het kind zijn.
Maar als vader vind ik juist dat kinderen het meeste leren door te
ervaren en te doen en dat betekent dan ook dat ik automatisch een aantal zaken
gewoon loslaat en dat ik niet continu die frontale kwab wil zijn. Ik kan me wel
druk maken om alles wat er continu mis zou kunnen gaan, maar ik kan ook gewoon
accepteren dat dingen soms mis gaan, dat dat niet erg is en dat je daar ook
iets van leert.
Als ik mijn rol als frontale kwab goed had vervuld had ik
voor het starten van de auto even een procedure moeten doorlopen en moeten checken of duikpak, duikschoenen,
duikbril, snorkel, duikvinnen, handdoek, drinken en lunchpakket aanwezig waren.
Dan waren we er voor vertrek achter gekomen dat we niet compleet waren en dat
had ons dan tien euro gescheeld.
Nu leerden zowel vader en zoon vandaag weer een wijze les en
bij het avondeten noemde mijn jongste zoon het gebeurde een communicatiestoornis
en dat was het natuurlijk ook. Als ik goed had geluisterd had ik gezegd dat hij zijn duikpak zelf in de auto moest leggen.
Hij mocht overigens twee keer duiken en heeft nu zijn
duikbrevet. En die tien euro betaal ik zelf wel.



Please follow and like us:
error